Orthomoleculaire voeding
 

Terug naar homepage

Zowel de reguliere als de orthomoleculaire voedingsleer houden zich bezig met de relatie tussen voeding en de geestelijke en lichamelijke gezondheid.

·         In de reguliere voedingsleer werkt men met aanbevolen dagelijkse hoeveelheden (ADH) voedingsstoffen om gebreksziekten te voorkomen.

·         In de orthomoleculaire voedingsleer werkt men met optimale dagelijkse hoeveelheden (ODH) voedingsstoffen in de juiste verhouding en aangepast aan het individu.

Orthomoleculaire voeding (orthos = juist, optimaal) streeft er naar de lichaamscellen de door hen benodigde voedingsstoffen in optimale hoeveelheden te geven. De term orthomoleculair is in 1968 geďntroduceerd door de chemicus en tweevoudig Nobelprijswinnaar Linus Pauling.

Het lichaam heeft macro- en microvoedingsstoffen nodig. Macrovoedingstoffen dienen als brandstof (koolhydraten en vetten) en bouwstoffen (eiwitten en vetten). Microvoedingsstoffen (met name vitamines, mineralen en sporenelementen) zijn nodig voor regulatie en bescherming.
Deze voedingsstoffen krijgt het lichaam binnen via de dagelijkse voeding. Wanneer er een tekort ontstaat aan deze stoffen, zal het lichaam op den duur bepaalde functies niet meer kunnen uitoefenen en uitval vertonen in de vorm van lichamelijke en psychische klachten.

Voedingsgebrek

Uit vele onderzoeken blijkt dat ook in de westerse wereld de meeste mensen kampen met voedingsgebreken.
In het rapport “Tekorten in de Nederlandse voeding” uit 1995 (www.soe.nl) wordt geconcludeerd dat  “..de gehele Nederlandse bevolking met middelgrote tot grote tekorten aan vele vitamines, mineralen en sporenelementen kampt.”  Eerder in 1994 werd door TNO (TNO Total Diet Study 1988-89) al een zelfde onderzoek gepubliceerd met vergelijkbare resultaten. In deze rapporten wordt overigens uitgegaan van de aanbevolen hoeveelheden, niet de optimale hoeveelheden, waardoor de conclusies alleen maar ernstiger worden.
Beide rapporten zijn indertijd overhandigd aan de minister van Volksgezondheid, maar zijn niet naar buiten gebracht en hebben niet geleid tot bijstelling van het beleid. Nog vreemder is het dat ondanks de kennis van het TNO-rapport in maart 1994 een nieuwe warenwetregeling werd afgekondigd waarbij distributeurs van voedingssupplementen werden verplicht op de verpakking de tekst te vermelden: “Een evenwichtige voeding bevat voldoende vitamines” …

Zelfs een evenwichtige voeding kan ons niet meer geven wat nodig is op het gebied van vitamines, mineralen en sporenelementen. Let wel, het gaat hier vooral om tekorten op het gebied van microvoedingsstoffen, niet de macrovoedingsstoffen. Aan deze laatste stoffen bestaat in onze voeding geen gebrek, in tegendeel. Veel mensen krijgen juist veel te veel koolhydraten, eiwitten en vetten binnen, wat op zichzelf alweer een oorzaak van veel ziekten is. Waar wel een gebrek aan bestaat zijn dus de microvoedingsstoffen.
Dit gebrek ontstaat door de huidige moderne voedselproductiemethoden, voedsel- en milieuvervuiling, verkeerde voedselbereiding en stress.

Voedselproductie

Als gevolg van moderne productie, bereiding en bewaring is voeding in het algemeen van veel mindere kwaliteit. Dit begint met verschraalde grond, gebruik van kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen en gewasverbeteraars. Tijdens het raffinageproces worden essentiële stoffen aan het product onttrokken, waardoor de smaak misschien verbetert, maar de voedingswaarde vermindert. Vervolgens worden stoffen toegevoegd om de smaak en de kleur te verbeteren en de houdbaarheid te verlengen. Dit alles leidt tot onvolwaardige voeding 

Voedsel- en milieuvervuiling

Een ander aspect dat onze gezondheid bedreigt is dat van vervuiling. Krijgen we door de moderne voedselproductiemethodes te weinig microvoedingsstoffen binnen, door de voedsel- en milieuvervuiling wordt ook nog eens een groter beroep gedaan op juist deze groep voedingsstoffen om het lichaam te ontgiften. Denk hierbij aan de uitlaatgassen van het autoverkeer en Schiphol, residuen van bestrijdingsmiddelen in voedsel en sigarettenrook. Hoe meer vervuiling, hoe meer microvoedingsstoffen we nodig hebben. Het betreft hier in het bijzonder de groep van de zogenaamde anti-oxidanten, die door het lichaam moeten worden gebruikt om gezonde weefsels te beschermen.

 Voedselbereiding

De voedselbereiding kan ook gevolgen hebben voor onze gezondheid. Bakken, braden en frituren zijn in wezen onnatuurlijke bereidingwijzen van ons voedsel. Een veel voorkomend misverstand is dat het gezond is te bakken in meervoudig onverzadigde vetten, zoals zonnebloemolie. Wat men dan niet weet is dat dit soort vetten onder invloed van hoge temperaturen omgezet worden in voor het lichaam schadelijke stoffen (o.a. vrije radicalen en transvetten). Ook hier moet voor de ontgifting weer een beroep worden gedaan op de in het lichaam aanwezige anti-oxidanten. Beter is het voor het bakken vetten te gebruiken met stabiele verzadigde vetzuren (roomboter) of met enkelvoudig onverzadigde vetzuren (olijfolie).

Stress

Tenslotte leven veel mensen door spanningen thuis of op het werk in een chronische stresssituatie. Het voortdurend gespannen zijn vraagt veel van het lichaam (met name de bijnieren) en er ontstaat alleen al daardoor al gauw een tekort aan bepaalde vitamines, mineralen en aminozuren.

We krijgen dus enerzijds steeds minder microvoedingsstoffen via onze voeding binnen, terwijl we anderzijds er eigenlijk steeds meer van nodig hebben. Door een tekort aan microvoedingsstoffen kunnen diverse ziektebeelden ontstaan: op het gebied van de stofwisseling, degeneratie (te snelle veroudering), immunologie (allergie), verlies van vitaliteit en depressiviteit.

 Gezonde basisvoeding

 Gezonde voeding is voeding die:

  • voldoende macrovoedingsstoffen (brand- en bouwstoffen) bevat in de juiste onderlinge verhouding.

  • Voldoende microvoedingsstoffen bevat, in de juiste verhouding met de macrovoedingstoffen

  • Geen toevoegingen bevat

  • Zoveel mogelijk onbewerkt is

Hieronder worden algemene richtlijnen gegeven voor een gezonde voeding. De optimale verhoudingen zijn voor ieder mens - afhankelijk van het type stofwisseling - verschillend (zie ook het bloedgroepdieet). Deze verhoudingen zijn voor de leek dan ook niet eenvoudig te bepalen.

Macrovoedingsstoffen.
De mens heeft behoefte aan voeding die voldoende koolhydraten, vetten en eiwitten bevat in de juiste verhouding. Wat de koolhydraten betreft dan wel de goede “verpakte” koolhydraten uit granen en zo min mogelijk die uit suiker, snoep en koek. Dit laatste kan op termijn leiden tot hypoglycemie (een frequent te lage bloedsuikerspiegel).

Eet niet meer dan je nodig hebt om te verbranden. Probeer de hoeveelheid calorieën af te stemmen op de energie die op korte termijn geleverd gaat worden.

Eet minder verzadigd vet (koek, gebak, snacks) en meer onverzadigd vet (vette vis – zoals zalm en haring - en noten). Een goede verhouding (1:1) tussen verzadigd en onverzadigd vet is belangrijker dan het beperken van vet. Onverzadigd vet helpt ook om het in het lichaam opgeslagen verzadigde vet te verbranden. Eet geen margarine (zit vol met chemische hulpstoffen) op brood maar gebruik (dungesmeerd) roomboter. Bak en braad in roomboter of olijfolie (zie bij voedselbereiding).

Gebruik geen varkensvlees en wees matig met vlees. Voor mensen met bloedgroep A wordt zelfs aangeraden helemaal af te zien van vlees.

Eet zoveel mogelijk onbewerkt, ongeraffineerd voedsel (met bijv. het eko-keurmerk) en vermijd kant-en-klaar voedsel dat lang bewaard kan worden door de toevoeging van conserveermiddelen. Onbewerkt voedsel bevat enzymen en andere microvoedingsstoffen die meehelpen bij de spijsvertering. Eet elke dag voldoende groente (250g) en fruit (3 stuks). 

Microvoedingsstoffen

Hoe gezond we ook eten, we zullen dus nooit voldoende vitamines, mineralen en sporenelementen binnenkrijgen via ons dagelijkse eten. Aanvulling met behulp van voedingssupplementen is daarom noodzakelijk. De behoefte aan voedingssuppletie kan schommelen en varieert per individu en is verder nog afhankelijk van de mate van blootstelling aan schadelijke stoffen en de levensfase.  

Voedingsadviesndex.html

Met een orthomoleculair voedingsadvies kan voor u de beste combinatie van voedingsstoffen en de optimale voedingssuppletie worden bepaald. Hierdoor kan uw gezondheid worden behouden en ziekte worden beďnvloed.